Producten
 
Prijslijst
Verkoopspunten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

MAVANA WIEROOK

 

De Mavana incense sticks hebben de know-how van een ''wierook-fabrikant'' toegepast in de moderne geurenstokjes. Sinds 1929 actief in Mysore, India en in 2004 op de markt gebracht in West-Europa.

Bijzonder zijn de hoge en natuurlijke kwaliteit. Zeer subtiele geuren, aangepast aan diverse sferen. Het gebruik van het fijnste sandelhout en fijne aroma's leiden tot een "geurgenot". Mavana is dan ook volkomen benzeenvrij!

Het Mavana gamma is niet chemisch gekleurd en bevat geen toegevoegde chemische geurstoffen, dit in tegenstelling met vele andere soorten. Ze zijn allemaal zwart, de natuurlijke kleur van de zuivere houtskool. Het grootste bestanddeel is houtskool, gemengd met natuurlijke en zuivere plantenextracten en olie, op een bamboestokje.

Maar net als smaak is de voorkeur voor geuren zeer persoonlijk. Soms kan men niet geloven dat een bepaalde vrucht of plant dergelijke speciale en heerlijke aroma's verbergt..

Wierook

Symbool van de bovenaardse 'geur van heiligheid' (Hebr. lebonah; Gr. libanos; Lat. tus). Het gaat om de hars van de heester Boswellia carteri, die in de Oudheid uit Zuid-ArabiŽ werd geÔmporteerd, maar die ook in India en Oost-Afrika gewonnen kan worden.

Eerbetuiging aan de godheid; zuivering; suggereert het 'subtiele lichaam' als oprijzend en een spirituele substantie; de 'geur die vergoddelijkt'; een middel om het 'dubbele' te passeren tijdens de communicatie tussen de mens en goden; een middel om de ziel naar de hemel te voeren; gebed dat oprijst naar de hemel; de geur van deugd en het aroma van een zuiver leven.

Wierook is ook bezwerend, jaagt demonen op de vlucht en drijft kwade geesten uit. Als de hars onttrokken aan bomen en beschouwd als een zielesubstantie, is hij de 'tranen van de grote moeder'.

Pijnboom en ceder waaruit de hars wordt gewonnen hebben grote vitaliteit en men ging ervan uit dat ze beschermden tegen corruptie, deze eigenschappen worden gedeeld door hun zielesubstantie.

Wierook werd ook beschouwd als een symbool van, en vervanging voor, een brandoffer.

In het oosten werd wierook ritueel gebruikt bij offers en het afweren van demonen, in Egypte in de dodencultus, evenals in BabyloniŽ en Perzie en op Kreta.

In Rome speelde wierook een rol bij dodenplechtigheden en in de keizercultus; wierook werd daarom oorspronkelijk door de christenen afgewezen, maar is sinds de 4e eeuw ook hier in de liturgie opgenomen.

Ook in het profane leven was het welriekende reukwerk in trek.

De opstijgende rook gold als symbool van de ten hemel opgaande ziel of van het tot God opstijgende gebed.

Joden gebruikten het alleen aan de God toekomende wierookoffer en als symbool van de aanbidding, dat ook diende tot verzoening van de vertoornde God. De drie koningen brachten de pasgeboren Jezus wierook uit het morgenland; in de Openbaring van Johannes (5:8) hebben de vierentwintig oudsten 'gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen'.

'Door de wijding vooraf wordt de wierook sacramentaal, dat ook een lustratieve (reinigende) werking heeft. Het kruisgewijs zwaaien van een thuribuum (wierookvat) verwijst naar het kruisoffer, het rondzwaaien moet de heilige gaven als God toebehorend afzonderen' (Lurker 1987).

De wierookvaten waren vaak versierd met reliŽfs van de feniks of van de 'drie jongelingen in de vuuroven', wier lofliederen te midden van het vuur met de wierookwolken werden vergeleken.

Wierookvaten werden als attribuut afgebeeld in handen van grote Priesterfiguren uit het Oude Testament (Melchizedek, Ašron, Samuel), van de heiligen Stefanus, Laurentius en Vincentius en van de heilige boetelinge Pelagia.

Het bewieroken van lijken bij begrafenissen heeft als praktisch nut dat het de geur van ontbinding intoomt, maar is later ook tot symbool van de ziel geworden (opstijgende rookwolken).

De Maya's hielden reukoffers van verbrande hars van de kopalboom (Pom; Protium copal). Harskorrels lieten hun geur 'tot midden in de hemel stijgen', en wierook werd ook wel als 'hersenen van de hemel' aangeduid. De wierookvaten waren naar een god Yum Kak (heer van het vuur) genoemd.

In Oost-AziŽ kent men wierook (Chinees: hsiang) uit geurend sandelhout, dat vroeger in schalen werd verbrand, terwijl tegenwoordig staafjes gebruikt worden, meestal van Indische herkomst. De afvallende as werd wel verzameld en als preventief middel tegen ziekten geslikt. Dit reukwerk werd vermoedelijk met de verbreiding van het boeddhisme in Oost- AziŽ bekend en is sinds die tijd alom in gebruik.

In de Europese rituele magie, waarbij kosmische geesten, zoals die van planeten, ritueel bezworen werden, speelde allerlei reukwerk een grote rol, vermoedelijk aanknopend bij de culten van laatantieke mysteriesekten. Ook de rook van narcotica steeg hierbij op, om visionaire ervaringen op te roepen; in geschriften is onder meer sprake van alot, wierook, mirre, paradijshout, sandel en mastiek. Ook in de geneeskunde wordt beroking (fumigatie) toegepast, om miasma's (kwalijke uitwasemingen) te verdrijven.

Wierook gebruikt als eerbetuiging aan de godheid en zuivering, suggereert het 'subtiele lichaam' oprijzend als spirituele substantie; de 'geur die vergoddelijkt'; een middel om het 'dubbele' te passeren tijdens de communicatie tussen de mens en goden; een middel om de ziel naar de hemel te voeren; gebed dat oprijst naar de hemel; de geur van deugd en het aroma van een zuiver leven.

Wierook is ook bezwerend, jaagt demonen op de vlucht en drijft kwade geesten uit. De hars onttrokken aan bomen wordt beschouwd als een zielesubstantie, de 'tranen van de grote moeder'.

Pijnboom en ceder waaruit de hars wordt gewonnen hebben een grote vitaliteit en men ging ervan uit dat ze beschermden tegen corruptie, deze eigenschappen worden gedeeld door hun zielesubstantie.

Wierook werd ook beschouwd als een symbool van, en vervanging voor, een brandoffer